Videogame Andromeda schijnt de redding te zijn van laagopgeleide, werkloze jonge mannen in Amerika. Dagenlang zitten ze te spelen in hun ouderlijk huis. Zelfstandig wonen is onbereikbaar. Verkering hebben ze evenmin. Toch zijn ze gelukkig, dankzij het spel.

Andromeda lijkt nog het meest op een veeleisende baan. Daar is de game ook op ontworpen. Je moet informatie losweken en overleg plegen met karakters in het spel. Daarna moet je een lange reeks taken vervullen. Het is ‘frustrerend, afleidend en bevredigend tegelijkertijd’, zei een geoefende speler. Wie slaagt, bereikt een doel en levert een prestatie. Precies wat iedereen zoekt.

De videogame vervult dus wezenlijke behoeftes waarin ooit de arbeidsmarkt voorzag. Laagopgeleide jongens komen nergens aan de bak. Hun aantal groeit snel – ook in Nederland. Toch is er geen opstand. De virtuele wereld is aantrekkelijker geworden dan de echte en kennelijk komt dit zowel de wereld als die jonge mannen zelf prima uit.

Is dit ons voorland als het basisinkomen wordt ingevoerd, waar sommigen zo hartstochtelijk voor pleiten? Massa’s gamende mannen die niet alleen steeds zwaarlijviger worden, maar ook steeds verder verwijderd raken van de realiteit?

Karl Marx voorzag ooit dat de mens ’s ochtends zou jagen, ’s middags zou vissen en ’s avonds de dichtkunst zou beoefenen als hij bevrijd werd van de arbeid. Maar ik vrees dat hij rekende buiten Silicon Valley, alsook buiten de menselijke natuur.

Liever dan een basisinkomen stel ik mijn hoop op initiatieven die laagopgeleiden aan het werk helpen. Zoals het Participatie Certificaat. Werkgevers laten mensen een cursus volgen of een fiets kopen, met als doel een echte baan te vinden. Dit alles onder deskundige begeleiding. Technologie mag oprukken, maar de computer is niet onze broeder. Broederschap blijft voorlopig iets van mensen.

Deze column verscheen in SER Magazine van juli/augustus 2017.