Yvonne sprak bij een speciaal concert van Eric Vaarzon Morel, die delen uitvoerde uit zijn flamenco-opera El Greco de Toledo, in de Nieuwe Kerk in Amsterdam tijdens de tentoonstelling van El Greco’s meesterwerk, Pentecostés (Pinksteren). Het altaarstuk, dat zelden wordt uitgeleend, is door het Museo del Prado in Madrid beschikbaar gesteld en is te zien van 18 februari tot en met 9 april 2017. Hieronder de tekst die Yvonne uitsprak.

Dames en heren,

Je hebt schilders die je zachtjes ontroeren met hun menselijkheid, hun subtiliteit, hun psychologie. Rembrandt, bijvoorbeeld. En er zijn schilders – het zijn er niet veel – die je raken als een vuistslag, die je voelt in de maagstreek. Daar is El Greco een voorbeeld van. Wij hier vanavond om zijn werk te eren.

El Greco is geen mooischilder – ofschoon hij dat heel goed kon. Maar zijn belangrijke werk, het werk waar wij het hier vanavond eigenlijk over hebben en dat hem bracht tot de canon van de kunstgeschiedenis, is acuut, dwingend, onvermijdelijk, niet prettig voor het oog. El Greco raakt je onverhoeds. Je staat voor z’n doek en opeens gebeurt er iets. Dat komt: hij spreekt van een wereld waarvan ik mij althans vaak maar half bewust ben. Hij duikt de onmetelijke diepte in, hij raakt aan iets heel hoogs. We noemen zijn werk mystiek, en dat is juist. Maar niet een gebruikelijke, verstilde, in zichzelf gekeerde zin. Heftig is een veel betere term, vind ik. Heftig en urgent.

Die urgentie maakt dat wij hier vanavond, op een lente-achtige vrijdag in 2017, bij elkaar zijn om te kijken en te luisteren naar een recent werk dat is geïnspireerd door diezelfde El Greco. Die urgentie maakt ook dat De Nieuwe Kerk al zoveel kaartjes verkocht, sinds het doek Pentecostés hier vanaf 18 februari hangt. En die urgentie maakt dat er zoveel belangstelling was voor de lezing die de Vrije Academie hier afgelopen zondag over organiseerde, dat de inleider grapte: zo krijgen we de kerk toch nog vol op zondag. Niet meer zo gemakkelijk met die oude, religieuze vormen die we nog kennen uit onze jeugd en waarvan we op grote schaal afstand hebben genomen. Maar wel met dwingende kunst die nadrukkelijk religieus, mystiek is geïnspireerd.

Onze kunstgeschiedenis is bezaaid met werken die een godsdienstig thema verbeelden. Denk alleen maar aan die reeksen Madonna’s die door de eeuwen heen zijn geproduceerd. El Greco is een kunstenaar die religieuze thema’s niet alleen verbeeldt, maar vooral tastbaar maakt. Zijn werk is een ervaring. Het verbindt het aardse, het menselijke, datgene wat er is, met het spirituele, datgene dat overstijgt en heelt, datgene waar we naar verlangen. Hij laat letterlijk zien dat beide – het aardse en het spirituele – bij ons horen.

El Greco moet een bijzondere man zijn geweest; veeleisend, contrair, lastig, en moedig. Hij leefde in Spanje op het moment dat Filips de 2e leiding gaf aan de contra-reformatie. Filips was een vrome, om niet te zeggen fundamentalistische katholiek, die een dam wilde opwerpen tegen de succesvolle reformatiebeweging van Luther en Calvijn in Noord Europa. Hij wilde het katholicisme beschermen. En hij deed dat door strikt vast te houden aan de letter van het geloof, niet aan de geest. En dus was hij niet blij toen El Greco een schilderij in zijn opdracht compleet anders verbeeldde dan hij zich had voorgesteld. In plaats van bloederige details van de marteling van de heilige Mauritius op de voorgrond te plaatsen, schilderde El Greco de inspiratie die deze heilige met zijn geestverwanten ontving. Filips keurde het werk af, en, volgens Simon Vestdijk, die aan deze gebeurtenis zijn roman Het Vijfde Zegel wijdde, moest El Greco verschijnen voor de Inquisitie – een thema dat vanavond ook bij Eric Vaarzon Morel aan bod komt. El Greco ging voor de geest boven de letter, voor de spirit boven het vlees. Precies dat maakt zijn werk zoveel eeuwen later van onverminderd belang. En nog steeds een bron van nieuwe inspiratie.

Het schilderij Pentecostés, dat nu hier te bezichtigen valt, gaat eigenlijk over de geest. Pentecostés betekent Pinksteren. Een christelijke feestdag waarvan nog maar weinig mensen in Nederland weten wat het voorstelt. Pinksteren kent geen kerstboom of Paasei. Het is een geestelijk feest. Het gedenkt de samenkomt van de apostelen, nadat Jezus ten hemel is gevaren. Hoe moeten zij de boodschap gaan uitdragen nu de leider er niet meer is? En terwijl ze vertwijfeld samen zijn, komt de Heilige Geest binnen, in de vorm van een duif, die vurige tongen aanwakkert in de apostelen. Hij, of zij, is het antwoord op hun klaagzang. Het is de geest die kracht geeft. Van een letter was toen nog geen sprake. Gesterkt door de Heilige Geest gingen Jezus’ volgelingen aan de slag. En hoe je die erfenis ook verder waardeert, dat die Heilige Geest heeft aangezet tot iets enorms valt nauwelijks te ontkennen.

Het is een mooie samenloop dat wij vanavond juist vanwege dit werk kunnen luisteren naar highlights uit de flamenco-opera van Eric Vaarzon Morel: El Greco in Toledo. Eric en El Greco zijn zielsverwant. Let op dat woord; ziel. El Greco was een Griekse schilder die in Spanje een bijzondere positie opbouwde. Eric is een Nederlandse gitarist die in Spanje flamenco studeerde en daar uitzonderlijk goed in werd. Ze moesten beiden hun eigen, eenzame weg gaan, aangetrokken tot en geïnspireerd door het mystieke, het diepe, het onzegbare. Eric plaatste zijn opera doelbewust in El Greco’s woonplaats Toledo, omdat daar lange tijd diverse religies in vrede samenleefden – tot de Inquisitie daar bruut een einde aan maakte. El Greco getuigde – in een tijd waarin dat bepaald niet voor de hand lag – van een diepe spiritualiteit, die ver afstond van de neiging om met mooie plaatjes de conservatieve katholieke kerk te ondersteunen. Dat laatste bleek te meer toen zijn werk in 1813 alsnog in de ban werd gedaan door de Tweede Spaanse Inquisitie. De letterlijk ingestelde kerk moest hem niet.

Straks hoort u hoe de ziel ter sprake komt in het libretto, dat Eric zelf verzorgde, en dat hij onder meer entte op de mystieke Spaanse dichter Juan dela Cruz, Johannes van het Kruis. Deze was de spirituele steun en toeverlaat van Teresa van Avila, de mystica die rond de tijd van El Greco een kloosterbeweging opzette in Spanje, met als doel om terug te keren naar de persoonlijke concentratie op God. Deze zegt, in de woorden van Juan dela Cruz: ‘Ziel, jij moet je in Mij zoeken, en Mij, Mij moet je in jou zoeken.’ Da’s andere taal dan de gebeden die Filips de 2e voorschreef.

Je kunt, als je het hebt over El Greco, natuurlijk praten over zijn kleurgebruik, over hoe hij direct op doek zijn bijzondere en zeer herkenbare kleuren mengde – dat roze dat eruit springt. Over zijn compositie, die beslist schatplichtig is aan de Venetiaanse schilders, wier werk hij bestudeerde voordat hij naar Spanje kwam. Je kunt zijn langgerekte figuren benoemen, die kenmerkend zijn voor zijn latere werk, en die enerzijds lijken terug te grijpen op oude Etruskische beelden en anderzijds lijken vooruit te wijzen naar het werk van Giacometti. Maar daarmee heb je nog niets gezegd over de spirituele boodschap van zijn werk. En dat wil ik graag doen.

Ook ik voel met El Greco een soort van zielsverwantschap. Dat is de reden dat Eric mij vroeg deze inleiding te houden – en niet een deskundige musicoloog of kunstkenner. Mijn vuistslag van El Greco onderging ik in Boedapest, een jaar of tien geleden. Daar hangt het schilderij De ontkleding van Jezus Christus. Jezus staat op het punt gekruisigd te worden. Hij lijkt al niet meer van de wereld, kijkt diep in zichzelf gekeerd naar de hemel die hem straks verlossing zal brengen. De mannen die die klus moeten klaren doen dat met een onnadenkend soort toewijding: dit moet nu eenmaal. Naast Jezus staat een soldaat die ons recht in de ogen aankijkt. Zijn blik snijdt je door de ziel. Hij zegt: Tja, zo zijn mensen nu eenmaal. Dit gebeurt. Ik was echt van mijn stuk, daar in Boedapest. Wat een briljante schilder ben je als je zoveel teweeg kunt brengen bij iemand die gewoon komt kijken.

En misschien heeft u het al gezien bij Pentecostés, dat uit hetzelfde jaar stamt als De ontkleding van Jezus. En zo niet, kijk dan later alsnog een keer. Want ook hier laat El Greco een gewone man op het doek met ons communiceren. Hij kijkt ons aan, hij is deelgenoot van het tafereel. Hij is een van die gelukkigen die de Heilige Geest heeft ingeblazen gekregen. En hij lijkt verdraaid veel op El Greco zelf. Juist deze figuur legt de verbinding tussen wat we zien en wat we voelen, tussen het aardse en het spirituele. Wat we zijn en wat we verlangen. Of, zoals Eric Vaarzon Morel het formuleerde: tussen hemel en aarde.

Luistert u en kijkt u zelf, met Oene van Geel op viool, Eline Welle als mezzo-sopraan, Raquel Ortega als flamenco-danseres en natuurlijk Eric Vaarzon Morel als gitarist en componist van de bezielde flameco-opera El Greco de Toledo.

Deze inleiding werd uitgesproken op 17 maart 2017 in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.