Dag lezer,

Je moest het even zonder nieuwsbrief stellen – vanwege de deadline van mijn boek. Dank voor je geduld. Het manuscript van Los van God is ingeleverd. De publicatie nadert. Je hoort snel meer over waar en hoe.

Voor nu ga ik nog even door met deze nieuwsbrief. Fijn dat je hem wilt lezen. Alle tips en kritiek blijven welkom.

1. Een nieuwe profeet

Wat te denken van een klinisch psycholoog uit Canada die 1,4 miljoen kijkers trekt naar zijn uren durende collegereeks over de Bijbel? Jordan B. Peterson is de nieuwste loot aan een stam van (oer)conservatieve mannen die zich beroepen op het christendom uit politiek-maatschappelijke overwegingen. Op YouTube creëerde hij zijn eigen publiek: 40 miljoen bezoekers. De Amerikaanse econoom Tyler Cowen noemt hem ‘de invloedrijkste publieke intellectueel in het Westen op dit moment’.

Ook in Nederland groeit zijn aanhang snel. Ze kwamen in groten getale naar zijn optreden bij De Nederlandse Leeuw, een nieuwe, behoorlijk rechtse politieke beweging. Peterson geeft strenge, vaderlijke adviezen over hoe je als man eervol moet leven. Zoals de wijze NYT-columnist David Brooks schrijft: ‘zijn aanhang voelt zich vaderloos, solitair, ronddobberend in een chaotisch moreel vacuüm, constant voorbijgestreefd en vernederd door vrouwen’. Peterson roept ze op om sterk te zijn zoals autoritaire huisvaders: streng, hard, dominant, en vooral ordelijk. Want mannen staan voor orde, vrouwen niet, die zijn zacht en meegaand.

Peterson dankt zijn faam aan zijn verzet tegen dominante postmoderne opvattingen aan Amerikaanse en Canadese universiteiten. Hij gooit deze postmodernisten op één hoop met marxisten – een nogal gewaagd standpunt als je het mij vraagt, want voor zover ik marxisten ken, twijfelen die nooit aan hun absolute waarheid. Zijn wetenschappelijk zwakke analyse is hem op veel academische kritiek komen staan, bijvoorbeeld van de Nederlandse filosoof Marcel Zuijderland op The Post Online. Maar die kritiek is Zuijderland niet in dank afgenomen. Peterson geldt als de nieuwe Profeet – en daar past geen kritiek op. Lees hoe Zuijderland de schellen van de ogen vielen en een geestige repliek formuleerde. Zo hard kan het gaan in dit socialmediatijdperk.

De populariteit van Peterson past in een tijd waarin het liberale vooruitgangsgeloof op haar grens is gestuit, en er nog geen nieuwe ideologie opgeld doet. Dan gaan mensen vanzelf teruggrijpen op vroeger. Peterson bewijst dat het christendom steeds weer de kop opsteekt. Religie is niet dood en begraven, ook niet in het seculiere westen. Het behoort tot onze traditie. Maar zolang we blijven volharden dat geloof niet thuishoort in het publieke domein, gaan Wilders, Bannon, Baudet en Peterson er vrolijk vandoor met hun eigen, politiek-conservatieve invulling van het christendom. Liberalen zouden niet zo verbaasd moeten zijn over de gevoelige snaar die de heren daarmee raken.

2. Spirituele jazz
Voor muziekliefhebbers een vraag om te overdenken: waar zou de muziek zijn zonder de kerk? Zowel klassieke als populaire muziek kwamen er tot bloei. Talloze muzikanten leerden er muziek maken. De R&B en de jazz hadden zonder het geloof simpelweg niet bestaan. De liefde voor de Heer werd met de tijd vertaald naar liefde voor de medemens, maar wat een bijdrage aan onze (populaire) cultuur heeft de kerk hiermee geleverd! Tot op de dag van vandaag leerde menig popartiest de fijne kneepjes van het vak in het kerkkoor of achter het orgel.

De Amerikaanse drummer Kendrick Scott, van wie ik een groot fan ben, is een sprekend voorbeeld. Hij vergroot de ruimte voor de muzikanten met wie hij speelt. Als je wilt weten wat ik daarmee bedoel, moet je zijn muziek beluisteren. Scott leerde de basics in de kerk en bleef gevoelig voor het geloof. Op zijn drumsticks schreef hij een gebed van Franciscus van Assisi: Heer, maak mij tot instrument van uw vrede. Luister zelf naar het resultaat, want dat is ook heel goed genietbaar zonder religieuze bijgedachten.

3. Fijne meelezers
Ik schrijf weliswaar een boek over religie, maar ik heb er nooit voor gestudeerd. Daarom is het fijn dat er mensen meelezen die wel op wetenschappelijke deskundigheid kunnen bogen. Zoals hoogleraar interreligieuze dialoog Marcel Poorthuis, die zojuist een nieuw boek schreef: Managen met Mozes.

Poorthuis helpt mij begrijpen waarom het katholicisme in Nederland zo snel afkalfde. Miljoenen katholieken verlieten in de jaren ’60 en ’70 hun kerk, veel sneller en rücksichtsloser dan hun protestantse landgenoten. Poorthuis zegt: katholieken in Nederland verbinden hun geloof niet met een intellectuele traditie. Ze ervaren meer in rituelen en stilte dan in de Bijbel en in woorden. Dat maakt ze extra kwetsbaar in  dynamische tijden, zoals in de jaren ’60 en ’70, toen de maatschappelijke verhoudingen wezenlijk veranderden van een gezagscultuur in een onderhandelingscultuur, zoals socioloog Abram de Swaan dat ooit zo fraai formuleerde.

Maar het valt niet te ontkennen dat de rooms-katholieke kerk aan de misère bijdroeg door veel te verkrampt te reageren. Gelovigen wilden meer vrijheid, maar het Vaticaan kapte dit resoluut af en benoemde opzettelijk conservatieve bisschoppen die de orthodoxe leer aanhingen. Een verdere uittocht uit de katholieke kerk was het voorspelbare gevolg.

Ook nu viert conservatisme nog hoogtij in menig bisdom, zo begrijp ik van Paul van Geest, hoogleraar kerkgeschiedenis in Tilburg, en meelezer van mijn boek. Waarom ontfermt de kerk zich niet wat ruimhartiger over migranten die nu vergeefs een fatsoenlijke ruimte zoeken voor hun kerkdienst, terwijl menig kerkgebouw leeg staat?

Dat is een goede vraag die allengs aan relevantie wint, want migranten blazen het geloof in Nederland nieuw leven in. In Amsterdamse katholieke kerken spreken heilige missen in het Spaans en het Engels inmiddels vanzelf. Het bisdom Haarlem stelt al panden ter beschikking. Maar dat geldt niet voor allemaal. Zou de katholieke kerk in Nederland de tijdgeest opnieuw misverstaan?