Beste lezer, 

Wat hebben Angela Merkel, Theresa May en Eurocommissaris Margrethe Vestager, de schrik van Silicon Valley, gemeen? Ze zijn alle drie domineesdochter. Gaf hun vader ze iets bijzonders mee waardoor ze zich prettig nuchter tot mannen kunnen verhouden? Je zou het bijna denken.

In Nederland hebben wij ook onze beroemde domineeskinderen, maar behalve Mirjam Sterk zit er geen politica bij. Wel veel schrijvers. Heeft iemand een verklaring?


1. Een vrouwelijk geloof

We hebben een nieuwe Theoloog des Vaderlands. Vorige week nam Claartje Kruijff het stokje over van Janneke Stegeman. Een tweede vrouw op rij, dat is vast geen toeval. De laatste jaren roeren vrouwen zich nadrukkelijker in de kerkelijke wereld. Denk aan theoloog Manuela Kalsky die met haar inzet voor het vrouwelijk perspectief flinke aanhang verwierf. Zij mocht onlangs ’s werelds beroemdste vrouwelijke religiewetenschapper Karen Armstrong een eredoctoraat aan de VU bezorgen. Knap werk.De Nederlandse journaliste Marieta van Driel schreef er een mooi stuk over op het online geloofsplatform Lazarus dat zij zelf oprichtte: ‘ik wil en kan als vrouw niet langer aan de zijlijn staan.’ Haar stuk gaat gepaard met een aandoenlijk filmpje over de eerste, oersterke vrouwelijke voorzitter van de bisschoppen in de Episcopaalse kerk. ‘Als je nu maar geen lange oorbellen gaat dragen’, zei een collega toen Katherine Jefferts Schori die functie kreeg.

Onze nieuwe Theoloog des Vaderlands is van een andere generatie en heeft ook een andere boodschap dan haar voorgangster. Ze schreef het bescheiden en gevoelige boek Leegte achter de dingen, waarin ze verhaalt van haar behoefte aan afhankelijkheid en verbondenheid, en dat ik van harte aanraad. In Trouw zei Claartje: ‘Het christelijk geloof kan ons zo helpen. Neem woorden als offer, verzoening of schuld. Als niemand ze meer thematiseert, waar kunnen mensen dan terecht?’Janneke Stegeman nam op hetzelfde moment afscheid in stijl met een steen in de vijver van het establishment. De kerk is veel te blank en neemt haar blankheid te veel als vanzelfsprekend, vindt ze. Ook in de theologie nemen blanke Europeanen zichzelf als maat der dingen. Het is tijd dat daarin verandering komt, schreef ze in Trouw. Het is een prikkelende stelling die de tongen in protestants Nederland flink in beroering bracht. Maar je hoeft het nog niet met Stegeman eens te zijn om de actualiteit van haar stelling te onderschrijven. De vraag wat precies christelijk is, komt in sneltreinvaart op ons af vanwege de komst van talrijke christenmigranten naar ons land. Over hoe dat zit, vertel ik je de volgende keer meer.


2. Een anti-babyboomer
NRC Handelsblad gaf z’n prozadebuut vijf sterren en sprak van een ‘buitengewoon goede’ roman. Terecht, want Wormen en engelen van Maarten van der Graaff is een bijzonder boek waar we lang op hebben moeten wachten. Het beschrijft een gelovige jeugd op Overflakkee en een eenzame studietijd in Utrecht. Maar waar een vorige generatie literatoren het verhaal tot een seculier happy end zou hebben gebracht, bevrijd van dat drukkende geloof, kiest Van der Graaff het tegenovergestelde pad. Hij wil juist dichterbij het geloof zien te komen, en gaat daartoe op een gevoelige ontdekkingstocht. Want, zo schrijft hij: ‘ik ben toch godverdomme geen babyboomer’. 

Wormen en engelen is ontroerend omdat het subtiel verhaalt van gevoelige zielen die helemaal niet zoeken naar individuele verwezenlijking, maar naar verbinding en solidariteit, hoe moeizaam en onvolkomen ook. Van der Graaf geeft woorden aan een zoektocht die ik bij meer mensen uit zijn leeftijdsgroep aantref. Weg van de verheerlijking van de persoonlijke vrijheid, op de tast naar een gevoel ergens ongevraagd deel van uit te maken. Na Siebelink en Wolkers, na Maarten ’t Hart en na Jeroen Brouwers is de tijd gekomen voor een contrair geluid.Hoe hij dat laat klinken, kun je zelf lezen in dit excerpt dat als voorpublicatie verscheen in De Gids. Daarna koop je waarschijnlijk alsnog het boek – net als ik.


3. Tussen wal en schip
Zoveel aandacht als Sybrand Buma kreeg voor zijn HJ Schoolezing, ook van mij, zo stil bleef het publicitair bij de Abel Herzberg-lezing van Kamervoorzitter Khadija Arib. Dat was jammer en onterecht. Arib kraakte een paar harde noten, vriendelijk maar beslist. Bij vragen die ons niet uitkomen kijken we in Nederland al snel de andere kant op, met nare gevolgen van dien.

Zoals bij vragen over ons geloof en onze religieuze traditie. Als dochter van een Marokkaanse gastarbeider belandde Arib eind jaren 70 tussen wal en schip van een verzuild Nederland. Ze hoorde nergens bij want ze was niet katholiek en ook niet protestant. Moslims hadden nu eenmaal geen zuil.

Onze samenleving ging er voetstoots van uit dat moslims die hier naartoe kwamen ons Nederlandse voorbeeld zouden volgen, en ook een zuil zouden bouwen ter behartiging van hun groepsbelang. Dat dit helemaal niet ging tussen migranten van diverse afkomst zonder samenbindende kerkelijke traditie, drong tot niemand door. Khadija Arib was een eenzame puber die zich voornam om dan maar hard te werken en het ver te schoppen. Ze was vast niet de enige.Dezelfde fout, maar dan andersom, maakten we twintig jaar later. Inmiddels was Nederland op grote schaal van zijn geloof gevallen. Het heersende idee was nu: geloof is iets in de privésfeer, niet iets politieks. Met als gevolg dat de opmars van de orthodoxe islam in Nederland liefst uit ons gezichtsveld bleef. Arib is er helder over: in Amsterdam is inmiddels de helft van de moskeeën salafistisch. Zij bieden ruimte voor ‘groeperingen die niet in waarden van een democratische rechtsstaat geloven, zoals gelijkheid, vrijheid van meningsuiting en respect voor andersdenkenden’. En Nederlanders maar denken dat religie geen onderwerp was voor het publieke domein.

We zijn te lang onverschillig geweest, concludeert onze Kamervoorzitter. Daarin heeft ze gelijk. Maar ik zeg erbij: het komt ook door onze gemankeerde omgang met religie. Laten we eruit leren dat geloof en godsdienst serieuze onderwerpen zijn die openbare bespreking verdienen. Dat betoog ik in mijn aanstaande boek Los van God.


En dan nog…

Blijft er geen enkel beroep gevrijwaard van robotisering? Niet als het aan de Japanners ligt.
Leuk dat je deze nieuwsbrief leest. Ik hoor graag je reactie.Tot over drie weken, hoop ik.
Groet van Yvonne