Beste lezer,

Vakantie biedt tijd voor bezinning, ook als je gewoon thuis blijft. Daarom in deze nieuwsbrief drie items die reflecteren op de rol van de kerk, zowel op het strand als thuis te overdenken. En wil je de culturele rijkdom van onze kerken beleven, dan heeft het Catherijne Convent het perfecte daguitje.


© workshop.archi

1. Gedeelde denkgewoonte
Wij denken dat de kerk achteruit sukkelt. Maar in de grote stad blazen nieuwkomers haar juist nieuw leven in. Migrantenkerken groeien en bloeien. Ze zijn gebedshuis en toevluchtsoord ineen. De priester gaat niet alleen voor, hij rijdt je ook naar het ziekenhuis. Je kunt er naar de dienst, maar er is ook een voedselbank. Rotterdam telt meer dan 100 van zulke gebedshuizen.
Socioloog Radboud Engbersen vertelde er smakelijk over bij De Staat van God, een soort TedX voor religiewetenschappers. Het maatschappelijk belang van religie groeit. In Amsterdam vormen geëngageerde jongeren allerlei religieuze leefgemeenschappen. Ze willen vooral iets doen voor de medemens. Denk aan Oudezijds100 of aan het populaire Kleiklooster in de Bijlmer.

Voor migranten vormen kerken belangrijke frontlijnorganisaties – om in Engbersen’s sociologische termen te blijven. Dat levert kortsluiting op bij menig gemeenteambtenaar. Velen zijn tussen de 50 en de 60, en koesteren slechte herinneringen aan de kerk. Ze hebben grote moeite om contact te leggen met de kerk of de moskee. Terwijl daar juist veel sociaals valt af te stemmen. Leg je schroom af, roept Engbersen tegen de gemeenteambtenaren. De rol van de kerk of de moskee zal alleen maar groter worden, nu de verzorgingsstaat inkrimpt en we meer voor elkaar moeten gaan zorgen.Op hetzelfde podium van de Amsterdamse Stadsschouwburg betoogde hoogleraar cognitiefilosofie Marc Slors iets aanpalends. We denken te gemakkelijk dat geloof iets individueels is, dat je achter de voordeur moet beleven en waarmee je de rest niet moet lastig vallen. Maar religie is in de eerste plaats een gedeeld waardenpatroon op basis waarvan mensen handelen. Het is een ‘gedeelde denkgewoonte’ over gedrag, over rituelen, over moraal en omgangsvormen. Dan is het logisch dat zich dat vertaalt in maatschappelijk belang.

De Staat van God is een mooi initiatief. Het jonge publiek reageerde enthousiast op een scala aan verfrissende wetenschappelijke inzichten. Je krijgt bijna het idee dat de ban op religie haar langste tijd heeft gehad.


© Gert Jan van Rooij

2. In hetzelfde schuitje
De kerk is ook een plek voor verwondering en ontroering. Dat voel je meteen als je de deur opent van de ontzagwekkende Oude Kerk, waar deze zomer de Amsterdamse kunstenaar Sarah van Sonsbeeck exposeert – en die je eigenlijk niet mag missen.

Op de vloeren van deze grotendeels ontruimde kerk liggen honderden goudkleurige dekens naast elkaar. Het zijn dezelfde thermodekens die vluchtelingen die Europa willen bereiken krijgen omgeslagen. De dekens, elk uniek gevormd, doen je denken aan water, aan schepen, en ook aan lijkkisten. In zijn uitgestrekte eenvoud grijpt het enorm aan. Zoals Rudi Fuchs schreef in de Groene: ‘wat je zag, krijg je niet meer uit je hoofd’.

De titel van de tentoonstelling is een citaat van Martin Luther King: ‘we may have all come on different ships, but we’re on the same boat now’. In De Oude Kerk werden vroeger zeehelden begraven. Nu refereert Van Sonsbeeck aan andere aangrijpende tonelen op zee, ver weg en toch dichtbij.

De Oude Kerk telt nog steeds een handvol kerkgangers. Die zijn vaak kritisch op de kunstzinnige aspiraties van de stichting die het gebouw nu exploiteert. Het luistert nauw, inderdaad. Maar als het klikt, is er geen betere ruimte denkbaar voor artistieke associatie en bezinning dan precies die oude kerk.


3. Blijven twijfelen

Toen Dorothy als 5-jarig meisje door haar moeder tegen haar zin naar de kerk werd gesleept, had ze geen moment gedacht dat ze 30 jaar later misschien weleens precies hetzelfde zou doen.Toch gaat ze elke week, kind mee, of het wil of niet. Want kerkgang is goed voor je, vooral als je een hectisch bestaan leidt als screenwriter in Los Angeles. Kerk houdt je bij de les. Dorothy Fortenberry beschrijft het ronduit prachtig in de LA Review of Books.

Het is het verhaal van de grote stads-zzp-er die altijd wakker, kek en bijzonder moet zijn, want je weet maar nooit welke kans voorbij komt. Pas in de kerk komt ze toe aan haar andere kant. In de kerkbanken hoef je niet speciaal te wezen, dat heeft geen enkele zin. God houdt immers van alle mensen evenveel, ongeacht hun prestaties. Die overtuiging brengt rust en vrede. Zoals ook het feit dat je omringd bent met mensen met wie je niet veel hebt en niet veel deelt, behalve dan die behoefte aan vrede. Ze schrijft: ‘Church is a group of broken individuals united only by our brokenness traveling together to ask to be fixed.’

Fortenberry schrijft openhartig over haar geloof – hoe ze vaak door onzekerheid wordt bevangen. Was ik maar zo zeker van mijn zaak als atheïsten, schrijft ze. De kerk zet je op je nummer, daar is weinig comfortabels aan. Ze is er ruimhartig over – tegen het cynisme in.

Tot voor kort was het bon ton om te denken dat gelovige mensen niet tot de allerslimsten behoorden. Maar sinds ik schrijf aan mijn boek Los van God ervaar ik vaak het tegendeel. Juist mensen met gevoel voor geloof voldoen aan Bertrand Russel’s definitie van intelligentie: het vermogen om te blijven twijfelen.


Laatste puntjes
Vorige keer schreef ik over aartsbisschop Eijk, die ik abusievelijk Van Eijk noemde. Eijk is wel tegenstrever van bisschop De Korte van Den Bosch, maar niet diens voorganger, dat was bisschop Hurkmans. Met dank aan Tom Dirks, van KRO-NCRV’s Zin in Weekend, waar ik vast panellid ben. 
 
Dank aan alle lezers voor jullie reacties en verbeteringen. Ik wens jullie een fijne zomer. Deze nieuwsbrief slaat een editie over. Tot begin september, hoop ik.Groet van Yvonne